(foto: Eva met haar dochters)
Lieve, trouwe lezers,
Op een zonnige decemberdag parkeerde ik mijn auto aan de Koudelaan in Lage Vuursche. Dit is de straat waar mijn bedovergrootmoeder, Eva Geijtenbeek-Meijer, aan het einde van haar leven woonde van 1933 tot 1936. Zij is de hoofdpersoon in mijn derde boek ‘De ontheemde middenstandsdochter’.
Vandaag is een bijzondere dag: ik ga mijn achternicht ontmoeten. Zij heeft vele familieverhalen en foto’s verzameld en we gaan onze verhalen met elkaar delen. In mijn tas zit een exemplaar van mijn eerste boek ‘De geletterde wees uit het zand’. Een kado voor LInda, mijn achternicht, want Jannetje van Steenbergen is immers ook haar voormoeder.
Als ik naar het restaurant van het bungalowpark loop, dat inmiddels aan de overkant van de woning van Eva is gebouwd, zie ik dat ik mijn auto wel wat opzichtig aan de straat heb geparkeerd. Er waren hier voor het restaurant ook parkeerplekken, die ik eerder niet zag. Ik besluit mijn auto aan de straat te laten staan.
Als ik het restaurant inloop, zie ik haar al zitten en voel gelijk een verbinding. Tijdens onze lunch voortdurend gekletst over verhalen, familie, feitjes en foto’s uitgewisseld. De ober kon onze borden amper kwijt tussen alle boeken, foto’s en wat er allemaal meer op tafel lag. We waren beiden zó fanatiek dat we niet eens hebben uitgewisseld hoe onze gezinnen eruitzien of wat voor werk we deden. De tijd vloog snel voorbij, veel te snel. Maar ik was vele foto’s én verhalen rijker.
Een van die verhalen bleef me bijzonder bij: Eva wilde vroeger altijd dat het bezoek hun auto opzichtig in de straat moest parkeren. Want ja, ‘keeping up appearences’ in Lage Vuursche is van alle tijden. In haar tijd had nog bijna niemand een auto, het was een symbool van stand. Als ik weer naar mijn auto loop, glimlach ik in mezelf. Nou oma Eva, je zou trots op me geweest zijn: een mooie auto én ook nog eens opzichtig in de straat geparkeerd.
Tot snel,
Sandra
